Het kan en moet veilig!
Ook tijdens een feest zit een ongeluk in een klein hoekje. Daarom is het noodzakelijk dat u even de tijd neemt om kritisch te kijken naar de brandveiligheid.
Versieringen, maar ook vluchtroutes, het aantal feestgangers en het gebruik
van kaarsen en vuurwerk; het zijn allemaal factoren om rekening mee te houden. In deze
folder vertelt de brandweer hoe u een veilig feest organiseert.
Als er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch brand uitbreekt, moeten mensen op tijd kunnen
vluchten. Zorg dat de vluchtroutes bruikbaar zijn.
Als u te veel personen toelaat, kan het moeilijker of zelfs onmogelijk worden te vluchten bij brand.
Daarom is het belangrijk om tijdens feesten of partijen toezicht te houden op het aantal personen dat binnenkomt. Als voor een gebouw een gebruiksvergunning of gebruiksmelding nodig is, bijvoorbeeld wanneer er meer dan vijftig personen aanwezig zullen zijn, staat in dat document hoeveel personen er in het gebouw mogen zijn.
De brandblussers, vluchtrouteaanduidingen, handbrandmelders, brandmeldpanelen en dergelijke
moeten altijd zichtbaar zijn en gebruikt kunnen worden. Ze mogen dus niet verborgen zijn achter
versieringen. Automatische voorzieningen als noodverlichting, sprinklerinstallaties en rook- / brandmelders moeten ongehinderd kunnen
werken.
Het personeel moet weten hoe te handelen bij brand. Iedereen moet op de hoogte zijn van het
ontruimingsplan/vluchtplan. Zorg ervoor dat al het personeel minimaal één keer per jaar een ontruiming oefent. De algemene ontruimingsinstructie ‘Hoe te handelen bij brand’ kunt u opvragen bij uw lokale brandweer. Veiligheidsinstructies moeten goed zichtbaar zijn.
Let bij gebruik van open haarden op de volgende zaken: Verwijder alle brandbare goederen binnen 50 centimeter van het vuur. Plaats een afscheiding zodat mensen niet binnen 50 centimeter van de haard kunnen komen en er omheen moeten lopen. Plaats een vonkenscherm.
Zet kaarsen altijd in een stevige houder op een vlakke ondergrond. Gebruik geen kaarsenhouders
van plastic of andere gemakkelijk brandbare materialen. Plaats kaarsen ten minste 50 centimeter uit de buurt van brandbare materialen en steek kaarsen in brandbare kerststukjes niet aan.
Verwarm verplaatsbare kooktoestellen zoals gourmetstellen, fonduestellen en steengrillen niet met brandbare vloeistoffen, zoals spiritus of brandbare gassen. Gebruik alternatieve brand-
stoffen zoals pasta’s of gel-achtige materialen. Vermijd zoveel mogelijk het flamberen van
gerechten. Als u dit toch doet, zorg dan voor ten minste 2 meter afstand tussen de vlam en
omringende brandbare materialen. Zorg ook voor een extra personeelslid met een brandblusser in
de directe nabijheid.
Houd binnenvuurwerk zoals spuiters en sterretjes minimaal 50 centimeter uit de buurt van
Brandbare materialen.
Slingers, textiel, vlaggetjes en andere versieringen zijn bepalend voor de snelheid waarmee een brand om zich heen grijpt. Alle versieringen en stofferingen moeten vrijgehouden worden van spots en andere apparatuur die warm wordt. Plafondversiering moet buiten bereik van het publiek hangen, oftewel op ten minste 2½ meter hoogte. Met brandbaar gas gevulde ballonnen zijn niet toegestaan.
Een veilige kerstboom is een kunstboom van moeilijk brandbare kunststof. Let op het certificaat
of de aanwijzingen op de verpakking.
Kiest u voor een geïmpregneerde kerstboom, weet dan dat impregneren specialistisch werk is.
De toezichthouder zal daarom van u verlangen dat u aantoont dat een erkend bedrijf uw boom
heeft geïmpregneerd met een erkend product, geschikt voor het behandelen van kerstbomen.
Bewaar het impregnatiecertificaat in het logboek van brandveiligheidsvoorzieningen.
Dennengroen (kersttakken) is zeer brandgevaarlijk, zeker als het droog is. Daarom moet dennengroen
Geïmpregneerd worden en mag het slechts in beperkte mate worden toegepast. Natuurlijke kersttakken mogen slechts in kleine clusters (1 vierkante meter) worden opgehangen. Deze clusters dienen een onderlinge afstand te hebben van ten minste 2 meter en mogen niet boven elkaar zijn
aangebracht.
Kersttakken aangebracht als plafondversiering hangen buiten het bereik van het publiek (op
tenminste 2½ meter hoogte) en zijn onderspannen met metaaldraad. De voorkeur gaat echter uit
naar moeilijk brandbaar imitatiemateriaal.
Een natuurlijke niet-geïmpregneerde kerstboom is toegestaan als de boom dagelijks wordt voorzien
van voldoende water. Zo voorkomt u het uitdrogen van de boom. Indien de kerstboom grote hoeveelheden naalden verliest of bruin wordt, is hij te droog en daarmee brandgevaarlijk.
Verwijder deze kerstboom dan onmiddellijk uit de ruimte. Besef dat een droge boom die in brand
raakt, in minder dan dertig seconden helemaal kan opbranden.
Zet een natuurlijke niet-geïmpregneerde kerstboom niet te dicht bij gordijnen of ander makkelijk
brandbaar materiaal, en zet hem niet in de vluchtweg. De afstand tussen de boom en een uitgang moet ten minste anderhalf keer de hoogte van de boom zijn. Dus een boom van 2 meter zet u op ten minste 3 meter van een uitgang.
Staat een kleine boom op een tafeltje, dan telt de hoogte van het tafeltje ook mee. Maak geen clusters
van twee of meer kerstbomen; houd tussen kerstbomen ook de afstand van anderhalf keer de hoogte aan. Raakt een boom dan toch in brand, dan branden er niet meteen twee bomen.
Zorg ervoor dat de boom goed stevig staat, zodat hij niet gemakkelijk om kan vallen. Wilt u het echt veilig doen, maak de boom dan aan het plafond vast: draai een schroefoog in het plafond en maak daaraan een stuk staaldraad vast, dat u aan de stam bevestigt op ongeveer een vierde van de boomhoogte onder de top.
Een brandende natuurlijke niet-geïmpregneerde kerstboom produceert rook en warmte die vrijkomen
in de ruimte. Om in geval van brand de ruimte goed te kunnen ontvluchten, moeten de condities gedurende het vluchten niet te slecht zijn.
Het is niet toegestaan om natuurlijke niet-geïmpregneerde kersttakken te gebruiken als plafond- of wandversiering. Gebruik in plaats hiervan brandveilige imitatietakken.
Controleer de bedrading van elektrische versieringen op beschadigingen. Probeer de installatie eerst uit door de lampjes voor het gebruik een half uur te laten branden. Doe de verlichting na afloop altijd uit, door de stekker uit het stopcontact te halen. Een lampje losdraaien is onvoldoende. Gebruik indien nodig een gaaf en goed passend verlengsnoer en leg dit zo neer dat er niemand over kan struikelen. Rol kabelhaspels altijd helemaal af en plak kabels die over een gangpad lopen met stevig tape af.
De brandweer adviseert om textiel als versiering, horizontaal of verticaal, niet in gangen of trappenhuizen op te hangen, alleen in verblijfsruimten.
Brandbaar textiel moet worden geïmpregneerd of op een ander materiaal ( steen, metaal, hout, etc) van meer dan 3½ millimeter dikte zijn geplakt. Dit maakt het minder brandbaar. Textiel is moeilijk brandbaar als het een navlamduur van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden heeft. Dit is na te gaan met de eenvoudige brandproef, die verderop in deze folder is beschreven.
Horizontale versieringen in de vorm van vlaggen, parachutes, doeken en dergelijke moeten zijn onderspannen met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 35 centimeter of met een metaaldraad in twee richtingen met een maaswijdte van ten hoogste 70 centimeter. Zoals eerder vermeld, geldt dit ook voor losse kersttakken aan het plafond.
Er zijn veel brandveilige of moeilijk brandbare versieringen op de markt. Sommige zijn gemaakt van veilige materialen zoals aluminiumfolie, andere zijn geïmpregneerd, zoals sommige papieren vlaggetjes. Het is niet eenvoudig om te zien welke materialen veilig zijn en welke niet. Vraag uw leverancier dus nadrukkelijk naar de artikelen met een moeilijk brandbare kwaliteit en kijk op de verpakking. Het is verstandig om de verpakking te bewaren om aan te kunnen tonen dat het materiaal een brandvertragende kwaliteit bezit. Sommige fabrikanten leveren bij hun product een certificaat. Bewaar dat goed. Een toezichthouder kan verlangen dat u een certificaat laat zien.
Als de materialen uit de verpakking zijn gehaald, is nauwelijks meer te achterhalen aan welke eisen ze voldoen. Het kan dus zijn dat een toezichthouder namens de gemeente uw versieringen alsnog wil testen op brandveiligheid. De eenvoudige brandproef waarmee dit gebeurt, is hieronder beschreven.
Het impregneren van materialen is specialistisch werk. Laat het daarom door een gespecialiseerd bedrijf doen. Als u materialen laat impregneren, vraag dan een schriftelijk bewijs waarmee het bedrijf aantoont dat het materiaal door de behandeling aan de eisen voldoet. Let er in ieder geval op dat het bedrijf dat de materialen impregneert gecertificeerd is. De toezichthouder kan van u verlangen dat u dit aantoont. Bewaar het bewijs daarom goed.
U kunt de brandveiligheid van versieringen met een eenvoudige proef zelf testen. Daarbij gaat u als volgt te werk. Neem een monster (5 x 25 centimeter) van het materiaal. Ga naar buiten en houd een uiteinde van het monster gedurende minimaal 5 seconden in een vlam, zoals van een aansteker of lucifer. Houd het monster daarbij vast met bijvoorbeeld een metalen tang en let op dat u zich niet brandt. Als het monster vlam heeft gevat, of nadat 5 seconden zijn verstreken, neemt u de vlam van de aansteker of lucifer weg.
Heeft u vragen over deze folder of over brandpreventie, dan kunt u contact opnemen met de afdeling preventie van uw plaatselijke brandweer.
Tel : 0529 – 48 83 88
E-mail: brandweer@dalfsen.nl
Raadhuisstraat 1
7721 AX, Dalfsen
Tel: (0529) 48 83 24
Fax: (0529) 48 82 22
Email: brandweer@dalfsen.nl