Screeningsprotocol
1. De logopedist inventariseert welke leerlingen in aanmerking komen voor de screening:
- Stelt de doelgroep vast.
- Noteert de persoonsgegevens.
- Noteert bijzonderheden.
2. De logopedist bereidt de screening voor door middel van:
- Controle van het screeningsinstrument.
- Zorgdragen voor de benodigde materialen.
- Het maken van eenduidige afspraken omtrent inhoud en afname.
3. De logopedist plant in overleg met onder andere de leerkrachten wanneer de screening kan plaatsvinden:
- Bespreekt de periode en tijdstippen van de screening.
- Bespreekt de ruimte voor de screening
- Draagt zorg voor geschikte inventaris in de ruimte voor de screening
- Legt de screeningsafspraak schriftelijk vast.
4. De logopedist levert ten behoeve van de ouders van de doelgroep schriftelijk en/of mondeling informatie over de screening. De informatie bevat gegevens over:
- Periode en plaats van de screening.
- Doel van de screening
- Inhoud van de screening.
- Werkwijze van de logopedist tijdens de screening.
- Naam van de logopedist die de screening afneemt.
- De wijze waarop nadere informatie omtrent de screening kan worden verkregen.
5. De logopedist draagt er zorg voor dat de ouders van de te screenen leerlingen schriftelijk toestemming hebben verleend voor het afnemen van de screening, het nabespreken met de leerkracht en/of andere betrokkenen en het vermelden van de screeningsgegevens in het dossier.
6. De logopedist informeert mondeling de kinderen die voor de screening in aanmerking komen.
7. De logopedist draagt er zorg voor dat het screeningsinstrument jaarlijks wordt geƫvalueerd en vastgesteld:
- Actualisering informatiemateriaal met betrekking tot de screening.
- Actualisering afbeeldingen.
- Actualisering screeningsitems op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten.
- Het maken van eenduidige afspraken omtrent inhoud en afname.
- Verfijning van afspraken omtrent beoordelingscriteria op basis van epidemiologische gegevens.
8. De logopedist voert de screening uit volgens de handleiding die bij het screeningsinstrument hoort en registreert de gegevens. De registratie bevat gegevens over:
- Spontane spraak.
- Articulatie fonetisch.
- Sociale/communicatieve vaardigheden.
- Fonologische, morfologische, syntactische, semantische en pragmatische aspecten van taalbegrip en taalproductie.
- Adem/stem.
- Vloeiendheid.
- Mondgebied/mondgewoonten.
- Auditieve waarneming/spraakverstaan.
- Concentratie/spanningsboog.
- Risicofactoren met betrekking tot het leren lezen.
9. De logopedist formuleert schriftelijk een voorlopige conclusie van de screening. De conclusie kan zijn:
- Voorstel voor onderzoek.
- Voorstel voor controle.
- Voorstel voor advies/informatie.
- Einde contact.
10. De logopedist stelt de ouders schriftelijk en/of mondeling op de hoogte van de screeningsresultaten:
- Conclusie van de screening.
- Eventuele adviezen/informatie.
- Een voorstel voor het vervolg (onderzoek/controle, eventueel gevolgd door begeleiding/behandeling/verwijzing).
11. De logopedist bespreekt (in geval van nader onderzoek en mogelijk logopedische behandeling) de screeningsresultaten met de ouders:
- Licht de schriftelijke informatie toe.
- Geeft adviezen.
- Geeft informatie over de mogelijkheden voor het vervolg.
- Stelt de ouders in de gelegenheid een keuze te maken voor het vervolg.
12. De logopedist bespreekt de screeningsresultaten met de leerkracht van de leerling en/of intern begeleider van de school (mits hiervoor door de ouders toestemming is verleend):
- Licht de schriftelijke informatie toe.
- Geeft eventuele adviezen/wijst op eventuele aandachtspunten.
- Geeft informatie over de mogelijkheden voor het vervolg.
Dit screeningsprotocol is opgesteld volgens de Logopedische Standaarden voor de Preventie in het Onderwijs, ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (2001).