Afscheid wethouder Ruud van Leeuwen: ‘Ik ga vooral de mensen missen.’
In juni neemt wethouder Ruud van Leeuwen afscheid. Aan zijn lange politieke carrière komt daarmee een einde. Een terugblik op twaalf jaar wethouderschap.
Ruud van Leeuwen was voor hij wethouder werd vierendertig jaar docent in het agrarisch middelbaar onderwijs in Zwolle. Toen hij in 2014 werd gevraagd wethouder te worden, twijfelde hij geen moment. ‘Wie krijgt nu de kans om op zijn negenenvijftigste nog een carrièreswitch te maken? Daar ben ik mijn partij, Gemeentebelangen, dankbaar voor.’
Hij kijkt met een positief gevoel terug op de sfeer en de samenwerking binnen het college en met de raad. ‘Ik steek er mijn handen voor in het vuur dat ieder raadslid het beste voor had met de inwoners van de gemeente Dalfsen. Dat zorgde voor veel onderling vertrouwen. Ik ben nooit bang geweest dat een collega mij een mes in de rug zou steken. Dat was in het onderwijs wel anders’, zegt hij lachend.
De sfeer was zelfs zo goed dat hij het eerste college omschrijft als ‘bijna een vriendenclub’. ‘Het ging er tijdens vergaderingen altijd bijzonder gezellig aan toe. Soms was een woord of zin al genoeg om in zingen uit te barsten. Burgemeester Han Noten was een begenadigd zanger, maar daarna moesten we wel gewoon serieuze besluiten nemen.’
‘Verantwoordelijkheid geven, luisteren en doorvragen’
Van Leeuwen was onder meer verantwoordelijk voor financiën, planning en control, waterbeleid, klimaatadaptatie, natuur, onderhoud en beheer van de openbare ruimte, werkgelegenheid en participatie, grondzaken en het project Waterfront. Op de vraag waar hij als eerste aan denkt als hij terugkijkt op twaalf jaar wethouderschap, hoeft hij niet lang na te denken. ‘De enorme loyaliteit van het ambtelijk apparaat richting college en raad. Het betekende voor mij dat ik veel verantwoordelijkheid moest durven geven en goed moest luisteren. Iemand het probleem laten uitleggen, doorvragen en vooral vragen welke oplossingen iemand zelf ziet.’
Op de realisatie van het Waterfront Dalfsen, het Kulturhus in Nieuwleusen en de Zorgbrouwerij, waar de ambtenaren in eerste instantie niks in zagen, maar waarover wethouder Maurits von Martels en hij ‘meteen enthousiast’ waren, kijkt hij met trots terug. Net als op de opening van een vestiging van Road2Work, dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voorbereidt op regulier werk. ‘Ik herinner me nog een mevrouw die al jaren werkloos was en daar aan de slag kon. Even later ontving de directeur een tekening van haar dochter. Ze had erop geschreven: Bedankt, mama lacht weer.’
Van Leeuwen is even stil. ‘Dat zijn hele mooie momenten. Dat raakt me nog steeds.’
‘Niemand wist hoe het moest’
Initiatieven als De Zorgbrouwerij en Road2Work ontstonden uit de Participatiewet. Gemeenten kregen daardoor meer verantwoordelijkheid voor bijstand en om mensen aan een baan te helpen. ‘Het was een lastige periode’, blikt Van Leeuwen terug. ‘Niemand wist hoe het moest. Op een gegeven moment zijn we voor mensen in de bijstand een project gestart om hen naar werk te begeleiden. We hadden dit min of meer overgenomen van mijn school, waar we het hadden ingezet voor eindexamenleerlingen. Tijdens sessies op het gemeentehuis werden mensen door twee enthousiaste medewerkers uitgedaagd met vragen als: wie ben ik? Wat wil ik? En hoe kunnen we dat mogelijk maken? Van de 270 mensen hebben we bijna twee derde naar werk kunnen begeleiden. Ik denk dat ik een van de weinige wethouders in Nederland ben die het hele bestand van mensen in de bijstand heeft doorgenomen.’
Op een zeker moment kwamen er vluchtelingen naar Dalfsen en liep het aantal mensen in de bijstand flink op. ‘Van de raad kregen we extra geld voor taallessen, stages en werkervaringsplekken. Wie vervolgens een baan kreeg, kon uit de bijstand. Het geld dat we daarmee uitspaarden, mochten we inzetten om nieuwe mensen aan een baan te helpen. Zo ontstond een vliegwiel dat zichzelf in stand houdt.’
‘Ik wilde bedrijfsmatiger gaan werken’
Achter die aanpak schuilt een duidelijke visie op financiën: zo slim mogelijk omgaan met geld. Precies wat hij zich had voorgenomen toen hij in 2014 aantrad als wethouder. ‘Ik wilde twee punten bereiken: dat de financiën op orde zouden blijven en dat de organisatie bedrijfsmatiger zou gaan werken; win-winsituaties creëren waarbij meerdere partijen baat hebben en één euro meerdere effecten heeft. Dat moet dan wel in de organisatie gemeengoed worden. Bijvoorbeeld door niet klakkeloos onderhoudsplannen te volgen, maar te kijken wat echt nodig is. Door werkzaamheden te combineren met andere projecten of creatieve oplossingen te bedenken om kosten te besparen. Zo hebben we bijvoorbeeld samen kunnen bereiken dat het waterschap Groot Salland geen 3,5 miljoen euro, maar 650 duizend euro hoefde uit te geven aan het aanpassen van de rioolwaterzuivering. Thuis moet je ook verstandig omgaan met je geld, dus hier ook.’
‘Hoe willen wij ons presenteren?’
Een heel zichtbaar project was het Waterfront, de herontwikkeling van de Vechtoever in Dalfsen met woningen, horeca en een vernieuwde, toegankelijke waterkant. Nog steeds heeft Van Leeuwen drie printjes met visualisaties op een kast in zijn werkkamer hangen. ‘Ik ben daar wel heel trots op, ja’, beaamt hij. Hoewel de oorspronkelijke plannen moesten worden aangepast vanwege de financiële crisis, kon de gemeente het project binnen de geplande kosten realiseren. Niet onbelangrijk voor een wethouder financiën. Het succes zat hem vooral in de grote ruimtelijke en maatschappelijke impact. Door de herontwikkeling van het gebied kreeg Dalfsen een meer open en toegankelijke kant aan de Vecht. Die nieuwe positie vormde het startpunt voor een andere manier waarop de gemeentelijke organisatie zich aan de buitenwereld ging presenteren, zegt Van Leeuwen.
‘Rond 2017 was de gemeente Dalfsen erg gericht op Zwolle, met name op het gebied van woningbouw. We spraken onderling vaak over ‘wat Zwolle van plan is’. Tijdens mijn vakantie op Texel lag ik op het strand en dacht ik opeens: maar wat willen wij? Hoe willen wíj ons presenteren? Bij de volgende collegevergadering heb ik dit meteen voorgelegd. Onder meer onze visie op woningbouw, waardoor we nu in alle kernen woningen bouwen, is daaruit ontstaan. Net als de zichtbaarheid en de voortrekkersrol in de regio, die we steeds meer zijn gaan pakken. Wethouder André Schuurman is inmiddels voorzitter van de Energietafel West-Overijssel, wethouder Betsy Ramerman speelt een belangrijke rol bij de plattelandsontwikkeling, en wethouder Jan Uitslag is heel actief bij regionale overleggen op het gebied van sociale zaken.’
‘Wat heb je nou gedaan?’
Ook buiten de regio liet Van Leeuwen van zich horen. Zo speelde hij een actieve rol in het dossier rond Lelystad Airport. Hij stond naar eigen zeggen ‘perplex’ toen hij in 2015 hoorde over de geplande laagvliegroutes over onder meer Lemelerveld en Dalfsen. Hij bracht bestuurders van omliggende gemeenten bij elkaar om gezamenlijk op te trekken. Ook op de landelijke radio sprak hij met de woorden ‘Gelderland levert je mooie streken’ zijn ongenoegen uit met name over de rol van de provincie. Gelderland zou in landelijke overleggen ook de belangen van Overijssel vertegenwoordigen, maar had dat in zijn ogen niet voldoende gedaan. ‘Burgemeester Han Noten riep me op een gegeven moment bij zich. “Wat heb je nou gedaan? De commissaris van de Koning belde net, de staatssecretaris is boos op je”, zei hij. “Ga vooral zo door.”
Hij barst opnieuw in lachen uit. ‘Toen hebben we als gemeente de actiegroep Hoog Overijssel gesteund met een financiële bijdrage, met de afspraak dat zij voor de actie zouden zorgen en wij voor het bestuurlijke traject.’ De gezamenlijke inzet leidde tot toenemende druk op het Rijk en een sterkere positie voor de regio in het dossier. Dat Lelystad Airport nog altijd niet is geopend voor grootschalig vliegverkeer, noemt hij ‘iets waar we als gemeente Dalfsen best trots op mogen zijn.’
‘Het grootste grafveld van Europa was een supervondst’
Ook de schat van Dalfsen blijft niet onvermeld. In 2015 werd het grootste grafveld van Europa ontdekt van het Trechterbekervolk. ‘Dat was ook geweldig om te mogen meemaken. Een supervondst die Dalfsen in één klap op de kaart heeft gezet. Al meer dan 5000 jaar vinden mensen dit dus een geweldige plek om te leven, te werken, te wonen en geliefden te begraven. Uit het hele land kwamen vrijwilligers om mee te helpen bij de opgravingen, prachtig toch? Zelf heb ik ook een dag meegewerkt aan het blootleggen van de Middenweg. De gelukkigste mensen van Nederland wonen hier dus al heel lang’, zegt hij lachend.
‘Zorg dat je samenwerkt’
Ondanks zijn lange staat van dienst, hij was ook 9,5 jaar raadslid, heeft Van Leeuwen niet de illusie dat hij een onuitwisbare indruk zal achterlaten. ‘Moet je luisteren, over vijf of tien jaar ben ik vergeten. Het is net als met een voetbaltrainer: je bent zo goed als je laatste wedstrijd.’
Na zijn afscheid zal hij het contact met de medewerkers het meeste missen, zegt hij. ‘In het bijzonder met de dames van het secretariaat. Zij zijn goud waard. Daarvan heb ik er zelfs een aantal aan het plantenkweken gekregen.’ Dat laatste dankzij de stekjes en zaailingen die hij regelmatig van huis meenam. Minstens zo bekend zijn de potjes honing van zijn eigen bijen, die hij af en toe uitdeelde aan collega’s. ‘Ik heb net de oude raad nog een klein potje honing gegeven. Als bedankje voor de samenwerking.’
De nieuwe raad geeft hij ook graag iets mee: ‘Zorg ervoor dat je samenwerkt met wederzijds respect. Denk erom: je zit er voor het welzijn van onze inwoners, niet voor je eigen ego. Hier doen we het op de manier van Normaal: Wi-j doet ’t samen, niet allene. Niet polariseren, maar verbinden. En aan de wethouders: wees jezelf en help elkaar. Probeer vooral goed te luisteren.’
