Dalfsen koploper in afval scheiden. En dat is goud waard!
In Dalfsen en Raalte gaat het met afval scheiden eigenlijk al opvallend goed. Het overgrote deel van de inwoners weet prima wat waar hoort. Maar één container met verkeerd afval leidt ertoe dat de hele vrachtwagen moet worden afgekeurd. Dalfsen en ROVA controleren daarom containers.
Dalfsen scoort al bovengemiddeld
Glas en oud papier worden doorgaans heel goed gescheiden ingezameld. De echte winst zit nu vooral nog in beter scheiden van groente-, fruit- en tuinafval en van PMD, dus plastic, metalen en drankverpakkingen. “Als een kleine groep verkeerd afval in de container stopt, is het werk van al die mensen die het wél goed deden alsnog voor niets geweest,” stellen Rutger Uitentuis van de gemeente Dalfsen en Corina Hendriks van ROVA.
Dalfsen hoort landelijk al bij de beter scorende gemeenten als het gaat om restafval. Met ongeveer 60 kilo restafval per inwoner per jaar zit de gemeente ruim onder de grens van 100 kilo, een niveau dat vaak als sterk wordt gezien. In stedelijke gebieden liggen die cijfers vaak veel hoger. Daar is afval scheiden ingewikkelder, simpelweg omdat mensen minder ruimte hebben en minder makkelijk verschillende containers aan huis kwijt kunnen. In dorpen en kleinere kernen is dat anders. Daar ligt dus ook meer kans om het nóg beter te doen.
Wat hoort in welke container?
De basis is eenvoudig. In de groene container hoort GFT: groente-, fruit- en tuinafval. Restjes uit de keuken dus, maar ook onkruid en snoeiafval uit de tuin. In de container met oranje deksel hoort PMD: plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken. De grijze container blijft over voor het restafval: alles wat niet meer herbruikbaar is of niet bij de andere stromen past. Rutger Uitentuis: “In de groene deksel gaat groente-, fruit- en tuinafval. In de oranje deksel gaat PMD: plastic, metalen en drankverpakkingen. Al het overige moet in de grijze container.”
Van afval naar grondstof
Waarom dat onderscheid ertoe doet, is helder. Van GFT kan compost en groengas worden gemaakt. Van goed gescheiden PMD kunnen weer nieuwe verpakkingen of andere producten worden gemaakt. Plastic krijgt dan als het ware een tweede leven. Restafval heeft nog wel enige waarde, omdat er bij verbranding energie of warmte uit kan worden gehaald, maar daarna is het materiaal ook echt weg. Een plastic verpakking die in het restafval verdwijnt, komt nooit meer terug als verpakking. En dat betekent: opnieuw olie gebruiken, opnieuw produceren, opnieuw CO₂ uitstoten. Corina Hendriks: “Het liefst wil je van een plastic verpakking gewoon weer een plastic verpakking maken, zodat je niet opnieuw olie hoeft te gebruiken voor nieuw plastic.”
Dat is ook de reden waarom gemeenten met diftar werken: een gedifferentieerd tarief. Voor waardevolle stromen zoals GFT en PMD betalen inwoners niet extra per aanbieding, voor restafval wel. Dat systeem is niet bedoeld om mensen te pesten, maar om het eerlijker te maken. Restafval verwerken is duur. Wie meer restafval aanbiedt, veroorzaakt hogere kosten. Wie goed scheidt, helpt juist mee om die kosten te beperken. Rutger Uitentuis: “Dat is niet om inwoners te pesten, maar om het systeem eerlijker te maken. Restafval verwerken is hartstikke duur, terwijl de andere stromen juist waardevol zijn.”
Één vervuilde container, grote gevolgen
Toch zit de uitdaging niet alleen in de hoeveelheid restafval, maar vooral in de kwaliteit van wat er in de andere containers belandt. Want één vervuilde PMD- of GFT-vracht kan grote gevolgen hebben. Als een inzamelwagen in een ronde honderden containers leegt en daar zit er eentje tussen met verkeerd afval, kan de hele lading niet meer als herbruikbare grondstof worden verwerkt. Dan gaat niet alleen het verkeerd aangeboden afval verloren, maar ook het netjes gescheiden afval van al die andere huishoudens. Corina Hendriks: “Als wij bijvoorbeeld een ronde rijden en er zit te veel vervuiling in de vracht, dan kan die niet meer naar de verwerker van plastic of GFT. Dan wordt uiteindelijk de hele vracht als restafval verbrand.”
En dat is precies de reden dat er scherper gecontroleerd gaat worden. Niet met een opgeheven vingertje, maar vooral om inwoners te helpen. De meeste mensen willen het gewoon goed doen. Vaak gaat het mis door twijfel of onwetendheid, niet door onwil. Rutger Uitentuis: “We hebben 85 van de 100 inwoners die het al hartstikke goed doen. Die paar anderen willen we vooral een handje helpen.”
Daarom kiest ROVA bij controles aan huis voor uitleg. Zit er verkeerd afval in een container, dan blijft de container staan en wordt er een kaart aangehangen met tekst en uitleg. Vaak blijkt dat genoeg om het een volgende keer beter te doen. En als het onduidelijk blijft, kunnen inwoners gewoon bellen voor uitleg. Corina Hendriks: “We willen eigenlijk meer helpen dan bestraffen. Door goede informatie op die kaart doen mensen het de volgende keer meestal wél goed.”
Verpakking uit het huishouden? Bij het PMD
Dat laatste is geen overbodige luxe, want vooral PMD blijft voor veel mensen een lastige stroom. Wat doe je bijvoorbeeld met een yoghurtpak? Of met een zak van koffieverpakking waarin verschillende materialen zijn verwerkt? De vuistregel is: is het een verpakking, komt die uit een huishouden en is die leeg of schraap schoon, dan mag het meestal bij het PMD. Het hoeft dus niet brandschoon afgewassen te worden. Leeg en redelijk schoon is voldoende. Rutger Uitentuis: “Er zijn eigenlijk drie vragen: is het een verpakking, komt het uit een huishouden en is het leeg of schraap schoon? Als je die drie keer met ja kunt beantwoorden, dan mag het meestal bij het PMD.”
Bij twijfel geldt wel een belangrijk advies: gooi het liever bij het restafval dan bij het PMD. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar voorkomt dat de hele PMD-stroom vervuild raakt. Eén verkeerde verpakking is vervelend, een afgekeurde vracht is veel erger. Corina Hendriks: “In geval van twijfel zeggen wij: doe het dan bij het restafval, want dan vervuil je in ieder geval niet de hele PMD-stroom.”
Diftar systeem werkt goed
Het idee dat mensen massaal afval in gratis stromen dumpen, om kosten te ontwijken, blijkt in de praktijk maar beperkt op te gaan. Gemeenten met diftar scoren doorgaans juist beter. De weerstand is vaak groot bij invoering, maar zakt meestal snel weg. Mensen wennen eraan. En nog belangrijker: ze begrijpen meestal prima waarom afval scheiden nodig is. Corina Hendriks: “Uit onderzoek in heel Nederland blijkt dat mensen zich meestal beter gedragen dan wij soms denken. Gemeenten met diftar doen het over het algemeen juist beter.”
Dat besef groeit ook doordat steeds zichtbaarder wordt wat er met die gescheiden stromen gebeurt. GFT wordt compost of groengas. Van PMD kunnen weer nieuwe flessen, folies, textiel of andere producten worden gemaakt. In Dalfsen werd zelfs eerder al zichtbaar gemaakt dat shampooflessen na inzameling weer een nieuw leven kunnen krijgen. Zulke voorbeelden helpen. Ze maken tastbaar dat wat vroeger simpelweg ‘afval’ heette, in feite een verzameling grondstoffen is. Rutger Uitentuis: “Wij vinden het belangrijk om inwoners te laten zien dat er echt weer waardevolle producten van worden gemaakt.”
Voor jezelf, je kinderen en volgende generaties
Het woord afval past eigenlijk steeds minder goed. Wat in de juiste bak belandt, is niet het einde van een product, maar het begin van iets nieuws. Corina Hendriks: “Wij noemen het eigenlijk liever geen afval meer, maar grondstoffen.”
Wie goed scheidt, doet dat niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de buren. En uiteindelijk ook voor de kinderen en kleinkinderen die later moeten leven in een wereld waarin grondstoffen niet eindeloos beschikbaar zijn.
