Monumentaal wonen, toekomstbestendig denken

Al ruim zes jaar woont Gait met zijn gezin in een monumentaal pand aan de Vechtstraat 7 in Dalfsen. Het huis is ruim 250 jaar oud en bestaat uit meerdere samengevoegde panden (nummer 5 en 7). Achter die historische gevel gaat een woning schuil waarin dagelijks wordt gewoond, geleefd en nagedacht over hoe het huis zorgvuldig kan worden onderhouden en verduurzaamd.

Bekijk het interview met Gait en lees het volledige interview hieronder. 

Bewust kiezen voor een bijzonder huis

De keuze voor Dalfsen en voor dit specifieke pand kwam niet vanzelf. Het gezin woonde destijds in België en was midden in coronatijd op zoek naar een woning in Nederland. Bezichtigingen moesten snel en doelgericht plaatsvinden. “We wilden niet zomaar verhuizen,” vertelt Gait. “Als we zouden verhuizen, moest het iets bijzonders zijn.”

Bij binnenkomst viel direct de potentie van het huis op. “We kwamen binnen en waren meteen verliefd. De tuin was een chaos, maar we zagen de ruimte en de mogelijkheden. Terwijl we terug naar huis reden, over de Blauwe Bogenbrug, zijn we bij het spoor even gestopt. We keken elkaar aan en vroegen ons af: willen we dit? Diezelfde ochtend deden we een bod. Binnen anderhalf uur hadden we een huis gekocht.” Het huis zelf werd pas maanden later weer gezien, bij de overdracht bij de notaris. “Maar het gevoel was er nog steeds,” zegt Gait. “Vanaf dat moment wisten we: dit klopt.”

Verhuizen naar een monumentaal pand

In 2019 verhuisde het gezin naar het monumentale pand in Dalfsen. “Ik herinner me ook nog dat we hier sliepen op slaapzakken, de avond voordat de verhuiswagen kwam. Dat voelde echt als een avontuur. Veel dingen ontdekten we pas toen we hier woonden.” Het pand is één van de weinige overgebleven voorbeelden van de oorspronkelijke bebouwing van Dalfsen. Het steil oplopende schilddak is karakteristiek voor deze bouwperiode. Het pand is van architectuurhistorisch belang en vormt samen met omliggende panden een waardevol onderdeel van de historische straatwand van de Vechtstraat.

Foto van de voorkant van het monument aan de Vechtstraat in Dalfsen

Muurankers in de achtergevel van één van panden dragen het jaartal 1776. “Huisnummer 5 kan zelfs nog ouder zijn,” vertelt Gait. “Daar zit ook een anker met een jaartal, maar dat is helaas niet goed leesbaar. Ik heb ooit een foto gemaakt en ingezoomd; maar helaas weten we niet precies hoe oud het is.” De vorige bewoners hebben een grote rol gespeeld in de huidige staat van het huis. Oorspronkelijk betrof het twee afzonderlijke woningen, die door hen zijn samengevoegd tot één geheel. Zij hebben hier jarenlang aan verbouwd en vrijwel alles zelf uitgevoerd, vaak samen met hun vaders, die professioneel in de bouw werkzaam waren. Eén van hen had ervaring met staalconstructies, de ander beschikte over brede bouwkundige kennis. “Je zag dat ze wisten wat ze deden,” vertelt Gait. “Sommige keuzes had ik misschien anders aangepakt, maar ik vind het vooral bijzonder hoeveel ze zelf hebben gedaan.”

Foto’s van vóór de verbouwing laten een rauwe uitgangssituatie zien: zand, rommel en onaffe ruimtes. Juist dat contrast maakt voor de huidige bewoners duidelijk hoeveel werk en zorg er al in het pand is gestoken voordat zij het overnamen.

Leven met geschiedenis

Wat Gait aanspreekt in monumentaal wonen, is het gelaagde karakter van het huis. Elke steen is anders en elke aanpassing vertelt iets over eerdere bewoners. “In de afgelopen 250 jaar is hier geleefd. Dat maakt het huis bijzonder.” 

Tegelijkertijd benadrukt hij dat een monument voor hem geen stilstaand object is. “Zoals onze energieadviseur het mooi verwoordde: een monument is er om in te wonen, niet om als museum te dienen. Het is net als een oude auto: prachtig, maar je moet er wel mee blijven rijden.” Dat uitgangspunt bepaalt ook hoe het gezin naar verduurzaming kijkt. Niet alles hoeft teruggebracht te worden naar het oorspronkelijke; oud en nieuw mogen elkaar versterken, zolang het karakter van het pand behouden blijft.

Bij aankoop had het pand al een energielabel A, mede dankzij de ingrijpende verbouwing door de vorige bewoners. Toch werd tijdens het wonen het gezin duidelijk waar warmte verloren ging. Een belangrijke ingreep was het vervangen van een pui aan de achterzijde. De oude deuren waren verrot en zorgden voor aanzienlijk warmteverlies. Op basis van isolatieberekeningen kozen ze voor een nieuwe pui, waarvoor een eerder verleende vergunning gebruikt kon worden. “Dat maakte direct merkbaar verschil,” vertelt Gait. “Het comfort nam toe en het warmteverlies was duidelijk minder.”

Daarnaast hebben ze verschillende kleinere maatregelen getroffen, zoals tochtstrips, gordijnen en bewuster omgaan met energie. “Dat zijn geen grote investeringen, maar ze hebben wel effect.“

Verduurzamen is maatwerk

Via het Warmteprogramma Aardgasvrij 2023–2025 deed het gezin mee aan een pilot van de gemeente. Er werden metingen gedaan om te bepalen welke verduurzamingsstappen zinvol zouden zijn. Het resultaat was een technisch rapport met veel cijfers. “Maar cijfers alleen helpen niet,” geeft Gait aan. “Je hebt iemand nodig die die getallen kan vertalen naar concrete keuzes.”

Daarom is later opnieuw dezelfde adviseur ingeschakeld om te kijken wat praktisch mogelijk was en in welke volgorde stappen logisch zijn. Warmtepompen, zowel grondgebonden als luchtwarmtepompen, zijn onderzocht. Technisch bleek veel mogelijk, maar de kosten bleken hoog. Offertes liepen uiteen van twintig- tot veertigduizend euro. “Dat zijn bedragen die je niet zomaar investeert, zeker niet als er ook regulier onderhoud nodig is.”

Ook zonnepanelen zijn overwogen, zelfs in een creatieve vorm als een ‘zonnebloem’ in de tuin. Door veranderend beleid en het afbouwen van de salderingsregeling is daarvan voorlopig afgezien. “Duidelijkheid op de langere termijn zou enorm helpen. Een consistent beleid geeft vertrouwen om te investeren.”

De uitdaging van monumenteigenaren

Volgens Gait ligt de grootste uitdaging bij verduurzaming van monumentale panden niet zozeer in de techniek, maar vooral in de ondersteuning en financiering. “Ik ben bereid te investeren in verduurzaming,” zegt hij, “maar daar hoort ook passende ondersteuning bij.” Langlopende leningen tegen een gunstig tarief zouden daarbij volgens hem een belangrijke rol kunnen spelen. Tot 2019 waren er verschillende subsidieregelingen beschikbaar. “Die zijn afgeschaft, terwijl monumenten nog steeds als waardevol erfgoed worden gezien. Dat voelt tegenstrijdig: je benoemt het belang van monumenten, maar de ondersteuning wordt verminderd.”

Daarbij spelen in de praktijk vaak meerdere kosten tegelijkertijd. Regulier onderhoud blijft noodzakelijk en daarnaast zijn er andere uitgaven waarmee rekening gehouden moet worden. “Je moet keuzes maken,” legt Gait uit. “De bereidheid om te investeren is er zeker, maar het ontbreekt soms aan de middelen en ondersteuning om die stap daadwerkelijk te zetten.”

Ook persoonlijk contact vanuit de gemeente zou volgens hem een verschil kunnen maken. Tijdens een Erfgoedcafé in de gemeente Dalfsen hoorde hij dat er in het verleden iemand was die monumenteigenaren bezocht, meedacht en bekend was met de specifieke panden. “Zo’n vorm van betrokkenheid zou veel kunnen betekenen,” zegt Gait. “Gewoon contact zoeken, langskomen en persoonlijke ondersteuning bieden. Dat lijkt mij heel waardevol.”

Samen zorgen voor toekomstbestendig erfgoed

Ondanks de uitdagingen overheerst het plezier van het wonen in het pand. De straat is hecht, er zijn gezamenlijke initiatieven en er is goed contact met de gemeente, bijvoorbeeld bij het weren van vrachtverkeer uit de straat. “Daar ben ik de gemeente dankbaar voor. Juist omdat het om monumenten gaat. Het kán dus wel,” zegt Gait. “Het zijn de kleine dingen die het verschil maken.”

Gait voor zijn woning aan de Vechtstraat in Dalfsen

Ook voor de toekomst blijven er wensen. Gait denkt hierbij onder meer aan een warmtepomp en aan het verbeteren van glas en kozijnen, juist waar deze niet monumentaal zijn. Verduurzaming blijft maatwerk. Met duidelijke kaders en ondersteuning ziet hij volop kansen om het monument verder klaar te maken voor de toekomst. Zijn boodschap aan andere monumenteigenaren is realistisch maar hoopvol: verduurzamen in een monument vraagt tijd, maatwerk en keuzes, maar het is niet onmogelijk.

“Volgens mij kan alles, als je het echt wilt. Los van het financiële staan wij volledig achter het idee van aardgasvrij wonen.” En, zo voegt hij toe: “Als er morgen iemand komt die zegt: we hebben een investeringsfonds opgericht om jullie te ondersteunen, dan doen we meteen mee.”

Beginnen met verduurzamen

Dit verhaal laat zien dat verduurzaming in monumenten geen eenduidige aanpak kent, maar wel begint bij het delen van ervaringen, kennis en vragen. Heb je een monumentaal pand en wil je weten wat de mogelijkheden zijn voor verduurzaming? Een gesprek met een energieadviseur kan helpen om inzicht te krijgen in wat technisch haalbaar is, welke stappen logisch zijn en waar je op moet letten bij een monument. Zo wordt verduurzamen overzichtelijker en beter afgestemd op jouw pand. 

Voor meer informatie ga naar de pagina monumenten en archeologie.