Wat als je opeens vier uur zonder stroom komt te zitten?
De overgang van olie en gas naar elektrisch is ingrijpend. Technisch, economisch én sociaal. Dan kan er wel eens iets misgaan: dat de stroom uitvalt. Dan zijn goede sociale contacten essentieel om elkaar verder te helpen, stelt Thijs Mosterman van de gemeente Dalfsen.
Van fossiel naar elektrisch
Decennialang was het energiesysteem overzichtelijk. Energie werd centraal opgewekt in grote centrales, op basis van kolen, olie en gas. Als de vraag steeg, zetten ze bij de IJsselcentrale de productieknop wat hoger. Als de vraag daalde, ging hij omlaag. “We hadden altijd brandstof op voorraad,” zegt Mosterman. “En dus altijd controle.”
Dat systeem verdwijnt. Fossiele bronnen worden stap voor stap uitgefaseerd, omdat ze CO₂ uitstoten en daarmee het klimaat ontregelen. In plaats daarvan komt duurzame energie: zon, wind en in toenemende mate ook opslag in batterijen.
Die verandering zie je thuis al: isolatie, zonnepanelen, warmtepompen. Maar ook op grotere schaal: windmolens, zonneparken en bedrijven die hun gasgestookte installaties vervangen door elektrische. “Overal ter wereld gebeurt dit,” zegt Mosterman. “Van China tot Amerika en Europa. Iedereen is hiermee bezig. Dus ook wij hier in Dalfsen.”
Een net dat niet voor deze werkelijkheid is gebouwd
Met die verduurzaming verandert niet alleen de bron van energie, maar ook de structuur van het systeem. Waar stroom vroeger vooral één kant op ging – van centrale naar gebruiker – is iedereen nu tegelijk producent en afnemer. “Als de zon fel schijnt, leveren duizenden daken tegelijk stroom,” legt hij uit. “Maar dat is vaak precies het moment dat we het minste nodig hebben.”
Daar ontstaan de problemen. Het elektriciteitsnet is niet ontworpen voor zulke pieken en dalen. Niet op dagbasis, niet per seizoen en niet per wijk. “Het kraakt en piept,” zegt Mosterman. “We hadden een betrouwbaarheid van bijna honderd procent. Dat staat nu onder druk.”
De technische term daarvoor is netcongestie: verstopping op het net. Te veel aanbod, of juist te veel vraag, waardoor het systeem zijn grenzen bereikt.
Bedrijven lopen nu al vast
In Dalfsen en de regio zijn de gevolgen inmiddels concreet voelbaar, vooral bij bedrijven. “Ondernemers willen verduurzamen,” zegt Mosterman. “Ze willen van het gas af, elektrische ketels, laadpleinen, elektrische vrachtwagens. Maar als ze de netbeheerder bellen voor een zwaardere aansluiting, krijgen ze soms te horen: over vijf tot tien jaar ben je aan de beurt.”
Dat zet bedrijfsplannen op zijn kop. Investeringen worden uitgesteld. Ontwikkelingen lopen vast. “Bijna elk bedrijventerrein in Oost-Nederland heeft hiermee te maken.”
Tegelijkertijd wordt er koortsachtig gewerkt aan uitbreiding van het netwerk. Nieuwe kabels, zwaardere stations, transformatorhuisjes in woonwijken. “Maar dat is een enorme operatie,” zegt Mosterman. “Duur, complex en arbeidsintensief. Dat los je niet in een paar jaar op.”
Oplossingen ontstaan onder druk
Omdat wachten vaak geen optie is, ontstaan overal tijdelijke en creatieve oplossingen. Batterijsystemen, lokale koppelingen tussen opwek en gebruik, combinaties van zonnepanelen en opslag. “Bij het azc in Dalfsen zie je dat bijvoorbeeld,” vertelt hij. “Daar draait nu een systeem met zonnepanelen, batterijen en een noodgenerator. Niet ideaal, maar het werkt.”
Ook bij bedrijven en nieuwbouwprojecten wordt gepuzzeld. Kun je een windmolen direct koppelen aan een laadplein? Kun je een school laten draaien op een lokaal zonnedak met opslag? “Je loopt tegen technische, financiële en organisatorische grenzen aan,” zegt Mosterman. “Maar het is fascinerend. Dit ís de energietransitie: zoeken, proberen, opnieuw ontwerpen.”
Het risico van verstoringen
Naast vertragingen en beperkingen is er nog een ander gevolg: de kans op storingen neemt toe. “Netbeheerders investeren enorm om dat te voorkomen,” zegt Mosterman. “Maar de marges worden kleiner.”
Als vraag en aanbod te ver uit balans raken, moeten stations zichzelf beschermen. In het uiterste geval door af te schakelen. En afschakelen betekent simpelweg: de stroom gaat eraf.
“Dat zijn we niet gewend in Nederland,” zegt hij. “Een uurtje zonder stroom redden we wel. Maar wat als het vier uur is? Of een hele nacht?”
Kwetsbaarheid en noaberschap
Voor veel mensen betekent een stroomstoring ongemak. Voor sommigen betekent het meer dan dat. Mensen die afhankelijk zijn van medische apparatuur. Ondernemers met bederfelijke voorraden. Zorginstellingen, winkels, communicatiesystemen.
Voor vitale plekken bestaan noodvoorzieningen. “Ziekenhuizen en verzorgingshuizen blijven draaien,” zegt Mosterman. “Daar is alles op ingericht.” Maar daaronder ligt een grote grijze zone: woningen, kleine bedrijven, sporthallen, winkels.
De gemeente kijkt daarom nadrukkelijk naar kwetsbaarheid. “En we weten niet eens precies wie kwetsbaar is,” zegt hij. “We hebben geen lijst van mensen met medische apparatuur thuis. Dat vraagt bewustwording. Bij mensen zelf, maar ook bij hun omgeving.”
Daar komt voor hem de sociale kant van de energietransitie binnen. “Denk na over een noodpakket. Lees die overheidscampagne eens goed. Maar praat vooral ook met elkaar. Met je buren. Met je straat.”
“Hier in Oost-Nederland hebben we het noaberschap,” zegt hij. “Goede sociale structuren. Maar een crisis test die. Hebben we dan echt oog voor elkaar? Dat vind ik spannend. En precies daarom zijn goede sociale contacten in deze transitie minstens zo belangrijk als techniek.”
