Interview ‘We willen dat onze eigen inwoners hier ook een toekomst kunnen opbouwen’

De vraag naar woningen in onze gemeente is groter dan het aanbod. Wethouder André Schuurman (wonen) werkt daarom samen met het college, de gemeenteraad én inwoners aan een stevige woningbouwopgave. ‘We moeten doorpakken en voldoende woningen realiseren, en we willen ook dat Dalfsen de mooie plattelandsgemeente blijft die het nu is.’

> Meer informatie over Wonen in de gemeente Dalfsen? Bekijk de pagina Wonen

Interview: 

André Schuurman, wethouder wonen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘We willen dat onze eigen inwoners hier ook een toekomst kunnen opbouwen.'

Veel inwoners zoeken een woning. Wat hoort u daarover?

Ik sprak afgelopen week nog iemand met een zoon van 36 die nog thuis woont omdat hij geen huis kan vinden. En die verhalen hoor ik helaas vaker. Iedereen in onze gemeente kent wel iemand die geen woning kan vinden. En dat zijn niet alleen maar jongeren meer.’
 

Om met iets positiefs te beginnen: wat staat er de komende jaren op de planning? 

‘De komende tien jaar komen er verspreid over al onze vijf kernen ongeveer 2.000 nieuwe woningen bij door bouwplannen van de gemeente. Daarbij komen nog woningen die commerciële partijen gaan bouwen. 

Voor het buitengebied maken we woningsplitsing en het plaatsen van Tiny Houses en tijdelijke mantelzorgwoningen mogelijk. Zo kun je iemand een plek geven om te wonen én tegelijkertijd mantelzorg mogelijk maken. En we gaan, op verzoek van de raad, onderzoeken hoe het zit met leegstand in onze gemeente.’
 

Toch is dit nog niet voldoende voor alle woningzoekenden. Waarom is het zo moeilijk om hier een woning te vinden?

‘We wonen hier in een prachtige gemeente, met ruimte, natuur en goede verbindingen. Als je dicht bij een station of een goede weg woont, is het voor mensen van buitenaf ook aantrekkelijk om hier te wonen. En dat gebeurt ook. We zien dat door de gestegen prijzen in heel Nederland, er steeds meer mensen uit het westen hun woning met overwaarde verkopen en daardoor hier kunnen overbieden. Dat maakt het voor onze eigen inwoners lastiger om een woning te vinden. Waar er in het verleden onze starters ook een bestaande woning konden bemachtigen, worden deze tegenwoordig vaak gekocht door mensen van buitenaf.  En door landelijke wet- en regelgeving mogen we niet alleen voor onze eigen inwoners bouwen. Daarnaast zijn er, bijvoorbeeld door vergrijzing en scheidingen, steeds meer mensen die een woning zoeken.’

Wat doet u als wethouder om woningbouw te versnellen?

‘Als gemeente kopen we zelf grond aan, dat hebben we nu in alle vijf kernen gedaan. Daardoor houden we woningen betaalbaar. En doordat we nieuwbouwplannen lokaal en niet landelijk aankondigen, maken mensen uit onze eigen regio meer kans. 

80 tot 90 procent van onze nieuwbouwwoningen komen terecht bij eigen inwoners of terugkeerders. 
We houden een deel van de koopwoningen ook bewust lager geprijsd. Vanuit het rijk zijn er afspraken over het soort woningen die je als gemeente moet bouwen: 

  • 30 procent sociale huur,
  • 40 procent betaalbare koop of middenhuur en
  • tenslotte 30 procent vrije sector. 

Binnen die betaalbare koop geven wij bewust een deel uit onder de landelijke betaalbaarheidsgrens. Dat zijn vooral de CPO-projecten, woningen die gebouwd worden onder Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Daarmee geven we starters een grotere kans op een koopwoning.’

Een nieuw (t)huis


 Familie Schoemaker en hun nieuwe (t)huis. Lees hun CPO-verhaal.

Waarom kunnen we niet overal bouwen waar ruimte lijkt te zijn?

‘We kijken eerst altijd naar inbreiding: bouwen binnen de bestaande kernen. Dat is ook wat de provincie van ons vraagt voordat we mogen uitbreiden. Maar inbreiding is niet altijd sneller. En er is simpelweg minder ruimte. Je hebt te maken met omwonenden, bestaande bebouwing en vaak hogere bouwkosten. Om het rendabel te houden, zou je hoger moeten bouwen, en dat wil niet iedereen. Daardoor duurt het proces vaak langer dan bij uitbreidingslocaties. Soms wel tien of twintig jaar. In het buitengebied heb je weer te maken met verschillende grondeigenaren of andere regelgeving.’
 

Waar lopen woningbouwplannen vaak op vast?

‘Stikstof speelt een rol, net als participatietrajecten. Iedereen wil meer woningen, maar niemand wil zijn uitzicht kwijt. Ook hebben we te maken met een vol elektriciteitsnet. Voor de komende jaren geeft de netbeheerder aan dat onze nieuwbouwplannen nog op tijd aangesloten kunnen worden. Maar in de toekomst verwachten we steeds langere wachttijden en mogelijk strengere voorwaarden.

Maar ook regels rond spuitzones in de landbouw kunnen woningbouw beperken. Wil je bijvoorbeeld dicht bij landbouwgrond bouwen, dan mogen er binnen een bepaalde afstand geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. Dat kan betekenen dat je minder huizen kunt bouwen of dat een boer beperkt wordt in zijn bedrijfsvoering. Dat soort vraagstukken maken woningbouw complex. Vaak moeten we verschillende belangen tegen elkaar afwegen.’

Hoe gaat de gemeente om met zorgen van bewoners bij nieuwe ontwikkelingen?

‘We kiezen er bewust voor om op tijd met elkaar in gesprek te gaan om te voorkomen dat we elkaar later in de rechtszaal ontmoeten. Tijdens inspraakmomenten kunnen inwoners hun zorgen delen en soms worden plannen daarop aangepast. Als mensen bijvoorbeeld vinden dat hun tuin te dicht op nieuwe woningen komt, kijken we of we daar rekening mee kunnen houden. Soms kan dat, soms ook niet. Uiteindelijk moeten we het algemeen belang in het oog houden.’ 
 

Op welk woningbouwproject bent u trots?

‘Ik ben er vooral trots op dat we in alle vijf kernen van onze gemeente uitbreidingslocaties hebben. Dat is uniek. Daarmee zorgen we dat dorpen leefbaar blijven, dat scholen open kunnen blijven en dat jongeren in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen.’ 

Wat hoopt u dat inwoners over vijf jaar terugzien van de keuzes die nu gemaakt worden?

‘Ik hoop dat ik dan minder vaak hoor dat (jong)volwassen kinderen noodgedwongen thuis wonen omdat ze geen woning kunnen vinden. Tegelijkertijd hoop ik dat Dalfsen dan ook nog de mooie plattelandsgemeente is die het nu is. We moeten bouwen, maar we willen ook de kwaliteit van onze dorpen en het landschap behouden. Als we die balans weten te houden én meer inwoners een passende woning kunnen bieden, dan ben ik tevreden.’
 

Doorlezen?

Aanmelden voor de nieuwsbrief Wonen?

Periodiek geven we de nieuwsbrief Wonen uit. Hiervoor kunt u zich aanmelden. Dan ontvangt u deze in uw mailbox.